Bodem en Grondwater in de Omgevingswet

Op 16 maart 2016 organiseerde Eurecom een seminar over de positie van bodem en grondwater in de toekomstige Omgevingswet. Volgens de planning wordt de Omgevingswet in 2018 van kracht. Maar liefst zesentwintig afzonderlijke wetten die beoogd zijn onze omgeving te beschermen opgenomen in de Omgevingswet. Het aantal algemene maatregelen van bestuur wordt gereduceerd van zestig naar vier. Voor bodem en grondwater wordt de wetgeving eerst veranderd alsof de Omgevingswet niet aanstaande zou zijn. Zodra deze exercitie gereed is, wordt de nieuwe bodemwetgeving via een aanvullingswet ‘ingevaren’ in de Omgevingswet.

Hieronder volgt een korte samenvatting van de verschillende presentaties. Uit de evaluatie is gebleken dat de deelnemers het seminar als goed hebben geëvalueerd. De gemiddelde waardering was 7,4. Een aantal deelnemers heeft om een herhaling van het seminar gevraagd zodra er concrete voorstellen zijn voor de aanvullingswet over bodem en grondwater.

Op weg
Arjan Nijenhuis van het ministerie van IenM schetste de hoofdlijnen van de in voorbereiding zijnde Omgevingswet. Die vindt brede politieke steun, sinds gisteren ook bij de Eerste Kamer. De sectorale regelgeving zal worden geïntegreerd. Er zal meer ruimte komen voor decentraal beleid. Deze exercitie vraagt veel op het gebied van kennis en kunde. Wat cultuur betreft zal veel eerder sprake zijn van ja-mits dan van nee-tenzij. Het ministerie van IenM investeert aan de voorkant van de invoering van de nieuwe wet, om het draagvlak daarvoor te vergroten.

Behoud het goede
Gerrit van der Veen van AKD en bijzonder hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen oordeelt positief over de Omgevingswet. Hij hield een pleidooi voor het behouden van de goede onderdelen uit de huidige Wet bodembescherming, zoals de gevalsdefinitie en de mogelijkheid van kostenverhaal. Hij vroeg zich af of de Omgevingswet voorzien zal worden van afdoende instrumentarium voor nieuw te ontdekken ‘oude’ gevallen van bodemverontreiniging. Als casus behandelde hij het opruimen van afval dat vrijkomt bij de productie van drugs.

Aan de slag
Gerd de Kruif van Rijkswaterstaat is sinds kort verantwoordelijk voor het begeleiden van de invoering van de Omgevingswet. Hij bedenkt hoe zaken in de praktijk kunnen worden gebracht. Gerd refereerde daarbij aan de energieke samenleving en wil het liefst samen met belanghebbenden aan de slag. De werkwijze gaat anders worden, er komt meer beleidsruimte bij gemeenten. Voor 2016 bestaan al concrete plannen, die op een vraag gestuurde wijze tot stand zijn gekomen.

Logisch vervolg
Juul Osinga van TTE Consultants vergeleek het oude bodembeleid met het nieuwe omgevingsbeleid. Waar vroeger vooral sprake was van saneren, is de uitdaging tegenwoordig meer beheren en benutten van de ondergrond. De Omgevingswet is een logisch vervolg op reeds ingezette beleidswijzigingen. De gevallen van bodemverontreiniging die al als ernstig en spoedeisend beschikt zijn, worden nog onder het regime van de Wet bodembescherming afgehandeld. Nog niet beschikte gevallen zullen aan de gemeente worden overgedragen.

Vergrijzing grondwater
Henri Schouten, directeur van de Stichting Bodembeheer Nederland, sprak zijn verbazing uit over de nadruk op het begrip integraliteit. Daar wordt immers al tientallen jaren over gesproken. We zouden toch al integraal moeten werken? Hij vroeg zich af wat ons daarbij eventueel tegenhield, dat kan persoonlijk zijn, maar ook aan de organisatie van ons werk liggen. Ook vroeg hij zich af wat we onder het begrip beheren moeten verstaan. Dat zou toch aanzienlijk meer moeten zijn dan alleen maar monitoren. Henri Schouten sprak zijn zorgen uit over de toenemende belasting van het grondwater als gevolg van het niet daadwerkelijk aanpakken van de verontreiniging.

Luisterend oor
Jan Bessembinders, specialist Milieu en Veiligheid bij BOVAG vond dat bedrijven goed worden betrokken bij het voorbereiden van de Omgevingswet. Hij ervaart voldoende luisterend oor. De Nederlandse Richtlijnen Bodembescherming zullen onderdeel worden van het Besluit Activiteiten Leefomgeving. Het is hem opgevallen dat er – zonder direct aanwijsbare redenen – extra eisen gesteld zullen worden aan het keuren van vloeistofdichte riolering onder een vloeistofdichte vloer. Hij pleit daarom voor het verzamelen van data op dit gebied, die extra inzicht zullen geven in nut en noodzaak daarvan.

Samenwerken
Peter de Putter van Sterk Consulting en plaatsvervangend rechter ging in op het waterbeheer in de Omgevingswet. Hij is van oordeel dat diverse ‘nieuwe’ zaken al plaats vinden. Dat gebeurt vaker bij nieuwe wetgeving, die per definitie achter loopt op maatschappelijke ontwikkelingen. Er gaat naar zijn oordeel dus niet veel veranderen. Op het gebied van waterbeheer zijn veel partijen actief. Overheden horen goed samen te werken. Er mag al veel en er kan al veel op het gebied van waterbeheer.

Scenario’s
Ruud Cino van het ministerie van IenM geeft leiding aan het opstellen van een Structuurvisie voor de Ondergrond. Dat is een afwegingskader voor mijnbouwactiviteiten. Gewerkt wordt met bepaalde scenario’s – bijvoorbeeld het opslaan van kooldioxide in de ondergrond -  die op effecten worden doorgerekend. Dat resulteert in kaarten met daarop kansrijke en minder kansrijke gebieden voor bepaalde activiteiten in de ondergrond.

Anders doen, anders denken
Hans Nuiver en Roelof Westerhof van ORG-ID sloten af met een bijdrage getiteld Anders doen, anders denken. De overheid krijgt een andere rol met het van kracht worden van de Omgevingswet. Dat vraagt op verschillende onderdelen veel van het bestuur en van de ambtelijke organisatie. In het project Biowasmachine in Utrecht zijn vijf ‘gamechangers’ geïdentificeerd, die de weg kunnen wijzen naar een nieuwe aanpak.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>